Museaal ontwerp, Uitgelicht

Een tentoonstelling maak je als een film

film01b
Gepubliceerd: 30 december 2015 om 13:37   /   door

Artikel uit Museumpeil 44 met als thema “Presentatie en Overdracht” (2015) 

Een gesprek met filmer en tentoonstellingsmaker Frodo Terpstra over zijn handicap en zijn passie: verhalen vertellen met beelden. Maar ook over het nieuwe Waterliniemuseum in Bunnik en de inzet van nieuwe tentoonstellings-technieken zoals interactiviteit en virtual reality.

Interviewer: Franklin van der Pols

Je bent cum laude afgestudeerd als historicus, ben je daar trots op?

Ja, omdat ik dyslectisch ben. Ik heb dit nooit geweten, al wemelde alles wat ik schreef van de taalfouten. Maar soms is een nadeel ook een voordeel. Op mijn eindexamen van de middelbare school moesten we een Engelse tekst interpreteren en ik kreeg ineens een tien. Door mijn handicap bleek ik getraind in het begrijpen van dat wat een schrijver bedoelt. Bij mijn opdrachten heb ik daar nu enorm profijt van. Ik ben getraind om niet letterlijk te lezen wat er staat – want die lettertjes zijn voor mij nog steeds een soort spaghetti – maar om te begrijpen wat er wordt bedoeld.

Wanneer kwam je erachter dat je dyslectisch bent?

Pas heel laat , toen ik op de universiteit zat moest ik bij de hoogleraar komen en die zei: ‘Dit wordt een moeilijk gesprek, mijnheer Terpstra. Wat u geschreven heeft is briljant, maar ik kan het helaas niet goedkeuren, want er staan driehonderd taalfouten in.’ Mijn grote redding was het computerprogramma Word met spellingcontrole, dat snel daarna op de markt kwam. Velen waren verbaasd dat ik niet doorging in de wetenschap. Maar mijn grote droom was om verhalen te vertellen met beelden. Ik ben dus films en audiovisuals gaan maken. Sinds kort maak ik ook tentoonstellingen. Een logische ontwikkeling, want voor mij draait het in de geschiedenis, in films maar ook in tentoonstellingen steeds om hetzelfde: een goed verhaal vertellen met woorden en beelden. Dat is mijn passie en ook mijn kunde.

‘Je kunt eigenlijk alle technieken gebruiken, zolang je maar iets doet dat je niet thuis kunt doen.’

Hoe lang maak je al films en tentoonstellingen?

Direct na mijn studie in 1996 heb ik mijn eerste bedrijf opgericht. Doordat we steeds meer opdrachten kregen, groeide het bedrijf als kool. Het werd voor mij te groot, daarom heb ik in 2010 Duinzand opgericht. Eerst als eenmanszaak en later samen met Martha Bakker. Zij is ook historicus en heeft lang als curator bij musea gewerkt. Martha is ook mijn vrouw. Dat we zijn gaan samenwerken is puur toeval, een opdrachtgever wilde perse dat wij samen een klus deden.

Wat is er de laatste twintig jaar op het gebied van presentatietechniek veranderd?
In de eerste tien jaar werden film en video in musea steeds belangrijker. Ineens wilde iedereen overal een filmpje bij. Plotsklaps zag je overal monitors naast de vitrines. Dat vond ik jammer, want dan maak je te weinig gebruik van het feit dat je in een museum bent. Wij zijn toen op schermen gaan projecteren, zodat je werd omringd door beelden. Iedereen kan thuis de spannendste filmpjes downloaden, maar omringd zijn door beelden kan alleen in het museum.

De volgende stap was interactiviteit. In 2006 hebben we onze eerste interactieve film gemaakt voor een museum. De bezoeker kon de loop van wat hij zag beïnvloeden. Het ging over militaire operaties en je kon zo zien wat er zou gebeuren als je verschillende keuzes maakte.

frodo

Wat nu aan de deur klopt is virtual reality. Een goed voorbeeld is het Waterliniemuseum dat binnenkort wordt geopend. De waterlinie was een gigantisch infrastructureel verdedigingsproject te vergelijken met de Afsluitdijk en de Oosterschelde. Als de vijand Nederland binnenviel, werden grote stukken land onder water gezet, zodat de vijand niet verder kon. Maar de waterlinie is zo groot, dat je het niet kunt overzien. Wij hebben daarom bedacht dat het mooi zou zijn als je over de waterlinie zou kunnen zweven. Je komt in een zaal, je gaat zitten in een stoel en zet de speciale virtual realty bril op. Je krijgt vervolgens letterlijk een zetje, je voelt het in je maag en je zweeft over de waterlinie.

Waarom heb je niet gewoon de waterlinie vanuit een vliegtuig gefilmd?

Om twee redenen. Ten eerste, een film kun je ook thuis bekijken. Ik vind dat je in een museum dingen moet kunnen doen en zien, die elders niet mogelijk zijn. Ten tweede, als we het hadden gefilmd, dan had je alleen vanuit het perspectief van de filmer kunnen kijken. Nu kun je als bezoeker zelf rondkijken en dus zelf bepalen wat je wilt zien. Als je de waterlinie rond Utrecht wilt ziet omdat je daar woont, dan kijk je naar Utrecht. Je kunt dus actief beleven. Of het is gelukt weet ik nu nog niet, maar ik hoop dat het informatief is en dat het de bezoeker een wow-effect geeft.

Een aantal jaren geleden kwamen er ineens van die  grote platte schermen in tafels in musea, iets wat je daarvoor slechts in sf-films zag, maar inhoudelijk stelt het vaak niet veel voor. Is dit niet ook zo’n dure gimmick?

Nee, de inhoud moet altijd voorop staan. Wij zijn begonnen met: hoe kunnen we de waterlinie zichtbaar maken? Nog nooit had iemand die in haar geheel gezien. We koppelen de inhoudelijke vraag ‘hoe werkt de waterlinie’ aan een sensationele techniek. Je ziet de waterlinie anno nu en je ziet hoe ze onder water wordt gezet. Voor mij is techniek slechts een hulpmiddel. Het hoeft ook niet altijd duur te zijn. Ik ben ook een enorme fan van doe-dingen in een museum. Als je in het Waterliniemuseum komt, wordt je geconfronteerd met vragen als: hoe werkt de waterlinie? Waarom loopt de waterlinie hier en niet ergens anders? De antwoorden op deze vragen ontdek je door te doen, hierdoor worden het jouw vragen en antwoorden. Ik geef een voorbeeld, we vragen je om op een kaart te tekenen waar jij vindt dat de waterlinie moet lopen. Als je uit Assen komt, dan wil je dat Assen binnen de waterlinie valt. Maar dat is niet zo, waarom?

Wat is jouw rol in het project?

Toen we erbij werden gehaald, was het gebouw al ontworpen en stond de inhoud in grote lijnen vast. Aan mij werd gevraagd: Hoe gaan we dit verhaal vertellen? Ik heb het verhaal toen in drieën verdeeld. Ten eerste de techniek: hoe werkt het? Ten tweede de geschiedenis: wie waren erbij betrokken? En slotte, ervaar het zelf. Ik had in mijn hoofd een jongetje van acht, die samen met zijn opa het fort bezoekt. Hij weet niet wat een waterlinie is. Dat ontdekt hij dus zelf in de eerste zaal: vijf vragen, die je kunt oplossen door vijf doe-dingen te doen.  Als hij die heeft beantwoord, dan weet hij eigenlijk alles al. Dan kan dat jongetje weer lekker naar buiten om het fort te verkennen. Gaat hij door dan komt hij in de tweede zaal: wie heeft de waterlinie bedacht? Hier ontmoet hij vijf hoofdrolspelers zoals de bedenker van de linie Prins Maurits. Na deze historische zaal kom je dan in de zaal waar je over de waterlinie kunt vliegen.

Lees het volledige interview in Museumpeil 44, waarin Frodo Terpstra benoemt wat de vijf belangrijkste fouten zijn die musea maken en hoe je ze kunt oplossen.

 

Interviewer: Franklin van der Pols

Foto: Virtual reality in het nieuwe Waterliniemuseum te Bunnik (foto Mike Bink)

Artikel bij Museumpeil 44 met als thema “Presentatie en Overdracht” (2015)