Collectie, Uitgelicht

“Niet meer verzamelen voor het depot, maar voor het verhaal”

test01
Gepubliceerd: 16 maart 2017 om 09:16   /   door

Een gesprek met Charlotte van Rappard

Op 24 april is er in Soesterberg een symposium over nieuwe vormen van verzamelen en ontzamelen. Waarom nu een symposium over dit thema?

“Veel mensen zien collectiebeheer als iets heel behoudends, een tak van sport waarin nooit iets gebeurd. Maar er gaat juist veel veranderen.”

Kunt u iets meer zeggen over die toekomstige veranderingen in collectiebeheer?

“Een van die ontwikkelingen en ook de directe aanleiding voor het symposium, is dat we tegen het probleem van afstoten heel anders aankijken dan vroeger. Veel musea staan voor de taak hun collectiebeleid te herdefiniëren. Men wil een andere richting uit met de collectie. Musea merken dat ze enorme hoeveelheden voorwerpen hebben, die – om het met de opruimgoeroe Marie Kondo te zeggen –  geen joy meer geven. [i]

Musea willen steeds vaker presentaties maken met voorwerpen die verhalen vertellen. Men vertelt niet meer het klassieke verhaal: zou is het gebeurd en dit willen we jullie vertellen. De nadruk ligt nu veel meer op het presenteren zoals was het voor de mensen die het werkelijk hebben meegemaakt. Dus niet meer de geschiedenis van bovenaf bezien.”

Musea zoeken dus naar nieuwe manieren van ontzamelen. Dit symposium wil ook alternatieven voor officiële Leidraad Afstoting Museale Objecten (LAMO) geven. Klopt dat?

“Ja, het probleem is dat de LAMO is ingesteld op het afstoten van individuele voorwerpen. We moeten meer gaan nadenken over complete stukken collectie. En dan is de LAMO gecompliceerd en duur.  De vraag is ook of de bulkafstoting die mag binnen de LAMO wel voldoende oplossingen biedt.

Ik vind dat je musea bij grotere afstotingstrajecten meer mogelijkheden moet bieden. Voor Defensie heb ik de heroriëntatie van het collectiebeleid mogen begeleiden. We hebben destijds de twee verantwoordelijke ministers, van Defensie en OCW, verteld, dit is wat wij willen afstoten en zo willen we het doen en dit is waarom we het willen doen. Als je een goede onderbouwing hebt, zou je voor dat soort afstotingen van de bevoegde autoriteiten gewoon carte blanche moeten krijgen. En dan moet je niet meer het gezeur krijgen, dat je dertig duizend voorwerpen – waar verder niemand naar gaat kijken – nog eens afzonderlijk moet verantwoorden.

We gaan naar een ander collectiebeleid toe, daar hoort een andere manier van kijken naar de collectie bij. Voor een deel heel specifiek, maar voor een deel ook breed. Die beide benaderingswijzen moeten allebei kunnen. Wat we zien is dat er trends zijn van andere manieren van ontzamelen en ook verzamelen.”

Wat is de kern van dat nieuwe verzamel- en ontzamelbeleid?

“De kern is dat je niet meer gaat verzamelen voor het depot, maar voor het verhaal. Dat betekent dat wat je verzamelt – en dat hoeft niet altijd een fysiek object te zijn – niet eeuwig hoeft te bewaren. Musea zullen in hun collectiebeheer veel meer de kant opgaan van archieven, die hebben een gedifferentieerd bewaarbeleid. Men bewaart alleen de kern, de hoogtepunten, permanent. Alles daar omheen bewaar je naar mate het relevant is.”

U wilt dus een rangorde in bewaarplicht voor voorwerpen.

“Klopt. Niet meer achteraf met de museale weegschaal bepalen wat de waarde van een voorwerp is en dan pas beslissen wat je ermee doet.  Maar op het moment dat het binnenkomt al ongeveer bedenken in welke categorie het valt. En daarbij komt nog een ander punt. Het kan heel goed zijn dat je voorwerpen in limbo verzamelt, voorwerpen komen deels in een soort voorgeborchte. Met andere woorden, niet alle voorwerpen krijgen direct de collectiestatus.

Conservatoren zullen aangeven dat ze een collectie voorwerpen belangrijk vinden, maar musea zullen later pas gaan bepalen hoe belangrijk die voorwerpen echt zijn voor de collectie. Binnenkort wordt een aantal sieradencollecties voor een periode van dertig jaar ondergebracht in het Rijksmuseum. Pas na die dertig jaar wordt bepaald of ze definitief tot de vaste collectie gaan behoren.”

Voor wie is dit symposium bedoeld?

“In de eerste plaats voor collectiebeheerders, maar ook voor mensen die het museaal beleid bepalen, voor museumdirecteuren en besturen in Nederland en Vlaanderen. Op het symposium worden vele voorbeelden van dit nieuwe verzamelen en ontzamelen besproken. Alle sprekers en workshopbegeleiders geven praktijkvoorbeelden. Het aardige is, dat een vrij groot gedeelte van het symposium is ingepland voor workshops, waar je -gezeten aan verschillende tafels een goede lunch nuttigend- met collega’s ervaringen kunt uitwisselen. Tevens zullen bij deze workshops deskundigen van het Mondriaan Fonds, het Museumregister en de Museumvereniging aanwezig zijn. Zij kunnen vragen over het beleid nu en in de toekomst beantwoorden.

Kortom, op het symposium worden de ervaringen van musea met deze nieuwe vormen van verzamelen en ontzamelen besproken. Maar we zullen ook de contouren schetsen van een nieuwe visie op verzamelen en ontzamelen, zoals die nu in de praktijk bij musea aan het ontstaan is.”

 

Charlotte van Rappard-Boon is voormalig hoofdinspecteur van de Inspectie voor Cultureel Erfgoed van het ministerie van OCW en oud-directeur van Bureau Herkomst Gezocht. Ze is voorzitter van de Commissie Museale Aankopen bij het Mondriaan Fonds.

 

Noot: [1] Marie Kondo, The Life-Changing Magic of Tidying Up, The Japanese art of decluttering and organizing, New York, 2014

 

Programma symposium

 

Inschrijven symposium