Museaal ontwerp, Tentoonstellingen

Schrijversmusea afgeschreven? Niet het Louis Couperus Museum!

portrait; Juraj Stanik; jazz; music
Gepubliceerd: 20 maart 2017 om 14:38   /   door

Door Caroline de Westenholz

Schrijversmusea hebben het moeilijk. In het artikel: ‘Afgeschreven? De waardering van dode-schrijvershuizen’ (Museumpeil 41) werd betoogd dat dergelijke musea nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Volgens Caroline de Westenholz is dit niet waar, haar Louis Couperus Museum bloeit als nooit tevoren. 

Louis Couperus staat nog steeds volop in de belangstelling. Het jaar 2013, zijn honderdvijftigste geboortejaar, zette de schrijver weer nationaal op de kaart. Tentoonstellingen, lezingen, toneelvoorstellingen, nieuwe publicaties, een documentaire, vaartochten, ja zelfs twee officiële Couperusdiners hadden plaats in het hele land.  Het bracht regisseur Ivo ten Hove tot drie toneelbewerkingen naar het werk van de schrijver die ook internationaal belangstelling trekken: De stille kracht (2015), Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan (2016) en De boeken der kleine zielen (2017).  De jonge Neerlandicus Rémon van Gemeren heeft onlangs een nieuwe biografie van de auteur gepresenteerd. Zo wordt Couperus overgebracht aan een nieuw publiek. In 2017 bestaat het aan de schrijver gewijde museum eenentwintig jaar. Wat is er veranderd in die tijd?

Wisselende tentoonstellingen

Het museum is volwassen geworden. Wat begon als een idealistisch project in een voormalige kunstgalerie is uitgegroeid tot een nationaal erkend museum met twee tentoonstellingen per jaar, een educatief programma met voorleeszondagmiddagen en andere activiteiten en een eigen vriendenkring. Het museum ontvangt gemiddeld 2500 bezoekers per jaar. Wat is het geheim? Allereerst: het idee van wisselende tentoonstellingen. Dat was in dit geval een noodzakelijk gegeven aangezien er maar zo weinig over is uit het leven van Couperus: zijn bureau, lamp, stoel en kast en enkele schaarse parafernalia zoals beeldhouwwerkjes of de ringen die de schrijver droeg. Sinds 1996 zijn er 42 wisseltentoonstellingen georganiseerd.

Eerst de muren

Het probleem met een literair museum is dat Neerlandici gauw geneigd zijn de exposities te beperken zijn tot vitrines met boeken en handschriften; de zogenaamde ‘platte’ tentoonstellingen. Het Louis Couperus Museum roept altijd: eerst de muren. Wat komt er te hangen, of in het geval van beeldhouwwerk, te staan. Tentoonstellingsonderwerpen zijn letterlijk onuitputtelijk. Couperus zelf geeft de eerste clue. Daar zijn allereerst de verschillende locaties uit zijn leven: Indië, Zuidfrankrijk, Italië, en niet te vergeten Den Haag, die gevisualiseerd kunnen worden. Dan zijn er de veelzijdige interesses van de schrijver. Hij was op de hoogte van alle artistieke en intellectuele ontwikkelingen van zijn tijd. Geheel in tegenstelling tot het cliché van ouderwets Haags heertje was Couperus een van de eersten die nieuwe uitvindingen zoals elektrisch licht, de telefoon, de bioscoop en het vliegtuig in zijn werk toeliet (getoond op de expositie Van oude mensen en nieuwe dingen). Als jongeman was hij zeer geïnteresseerd in het theater en wel vooral in de toen populaire tableaux vivants of levende schilderijen (tentoonstelling Couperus op de planken) of de opera (expositie Muziek in leven en werk van Louis Couperus). Hij was niet dol op moderne kunst maar feit blijft dat beeldende kunst hem zijn leven lang inspireerde in zijn boeken: destijds populaire schilders zoals Hans Makart in Eline Vere, illustraties uit internationale tijdschriften voor zijn drie koningsromans, Japanse prenten voor het posthuum gepubliceerde Het snoer der ontferming (de tentoonstelling van begin 2018, noteert u het maar vast). De klassieke schilder- en beeldhouwkunst en de Italiaanse kunst in het algemeen beschreef Couperus in het boek Reisimpressies en later in vele columns (expositie Ik ben een gereïncarneerde Romein.) Een andere kant van zijn eigen vak: het schrijven van korte verhalen en journalistiek werd verbeeld in de tentoonstelling Couperus columnist, waar het kunststoffen beeld van de schrijver gefascineerd stond te kijken naar een powerpointpresentatie van Couperus’ leven aan de Côte d’Azur. Ook heeft het museum op het eerste gezicht onwaarschijnlijke onderwerpen vormgegeven zoals Couperus Culinair, naar het gelijknamige kookboek van José Buschman (gecentreerd rond de Indische keuken, de chique Haagse cuisine en eten in Italië). De expositie Van morbide miasma’s tot sterven in schoonheid schonk aandacht aan ‘beelden van dood en sterven bij Louis Couperus’. Nog immer actuele onderwerpen zoals  feminisme, homoseksualiteit en de cultuur van de Islam kregen aandacht in exposities over Elisabeth Baud. De vrouw achter de schrijver en De grenzen der betamelijkheid, de geleerde tentoonstelling De weifelende sekse (over opvattingen rond homoseksualiteit rond 1900 en in het werk van Couperus) en straks in De Oriënt verkend. Op reis met Louis Couperus en Marius Bauer (zomer 2017).

Met ‘echte’ objecten werken

Het allerbelangrijkste bij het maken van exposities is wel: de fantasie blijven gebruiken, en met ‘echte’ objecten werken – voor eindeloze interactieve schermpjes of tabletten is nu eenmaal geen geld. Op dit moment is er bij voorbeeld een ‘moeilijke’ tentoonstelling (en dat leidt al gauw tot het verwijt ‘elitair’): Schilderen met woorden. De poëzie van Louis Couperus (tot en met 8 mei). Het is een originele presentatie geworden met fragmenten poëzie gedrukt op lange banieren, opgehangen naast illustraties van schilderijen die Couperus hebben geïnspireerd. Topstuk van de expositie is het beeld Alba of Uchtend van Pier Pander waar Couperus zijn gelijknamige sonnet aan heeft gewijd.

Een ander geheim is de samenwerking met andere Haagse musea. In het Mesdagjaar 2015 bijvoorbeeld met het Panorama Mesdag en de Collectie Mesdag. In de herfst van dat jaar had mode-ontwerper Peter George d’Angelino Tap in drie musea zijn mede door Couperus geïnspireerde creaties opgesteld. Met de tentoonstelling Antoon Van Welie. Portrettist en symbolist, in samenwerking met het toenmalige Museum Mesdag, werd deze eens zo populaire schilder gerehabiliteerd (in 2003).

Geen cent subsidie

Laatste geheim: het Louis Couperus Museum doet dit alles zonder een cent structurele subsidie van de gemeente Den Haag. Dat wekt misschien verwondering, maar het is wel zo. Het leeft van een kleine erfenis, giften en sponsorschap. De dagelijkse leiding wordt gevormd door een enthousiaste manager en een team van professionele vrijwilligers die ook tentoonstellingen samenstellen. Het voortbestaan van het museum wordt gegarandeerd door een eigentijdse maecenas die voor haar inspanningen de Zilveren Anjer heeft ontvangen uit de handen van prinses Beatrix (in 2013).

Schrijversmusea afgeschreven? Niet het Louis Couperus Museum. Op naar het Couperusjaar 2023, met de honderdjarige sterfdag van de schrijver. Couperus leeft. En zijn museum ook.

 

Louis Couperus Museum,

Javastraat 17, Den Haag,

open van woensdag tot en met zondag 12.00-17.00 uur,

tel. 070-3640653,